Paviljoen der Menselijke Driften
Guido Belcanto
Op een hete dag vorige zomer reed Guido Belcanto met zijn zilveren Cadillac naar Brussel, richting het Jubelpark. Daar bleef hij in een paviljoen staan voor het gigantische reliëf ‘De Menselijke Driften’ van Jef Lambeaux.
Tussen de lichamen in steen herkende hij ook zichzelf. De busker die van café naar café trok met liedjes van o.a. de Zangeres Zonder Naam. De man die later zijn eigen lusten bezong, zonder schaamte. En ook de schaduwkanten van anderen – met veel mededogen, maar niet zonder humor.
Terug thuis nam hij pen en gitaar ter hand en schreef met een sinistere glimlach om de lippen: ‘Het leven is een barre verschrikking… We zijn allemaal in hetzelfde schuitje: iedereen, arm of rijk, we gaan dood’.
Maar in afwachting daarvan is er de Keizer van het Levenslied, troostend en onverstoorbaar, om alles goed te maken.
Straks zoeft de zilveren Cadillac weer over Belgische en Nederlandse wegen. In zijn koffer zit een nieuwe plaat, Het Paviljoen der Menselijke Driften, maar ook oude krakers, een paar murder ballads en zijn versies van liedjes van Loudon Wainwright III, David McWilliams en de Zangeres Zonder Naam – van de familie van haar ontdekker Johnny Hoes kreeg Guido toegang tot de originele opnames.
Een concept voor de show is er niet. Of toch. Het concept heet Guido. Verwacht dus het onverwachte. Maar ook een veteraan die het nog kan. Iemand die zingt met een zoete, vertrouwde stem, gevormd door nachten, lusten en liefde die niet wijkt.